Welke technieken worden er onderscheiden?
Gezondheidstechniek (licht en matig intensief
(50-60% resp. 60-70% van de max. trainingshartslag)
Dit is voor iedereen die niet zo heel intensief
wil bewegen of die kampt met een milde lichamelijke
beperking. Het is de manier om in de buitenlucht
aan de eigen lichamelijke gesteldheid te werken.
Door te lopen met poles worden de gewrichten ontlast,
treedt er in de nek-schouderregio ontspanning op,
wordt de wervelkolom ondersteund maar word je in
die regio ook sterker! Bij klachten aan de wervelkolom,
gewrichten van heup, knie en enkels kan nordic walking
een goede bewegingsvorm zijn.
Fitnesstechniek (70-85% van de max. trainingshartslag)
De sporttechniek is een training voor het hele lichaam.
Er wordt in een pittig tempo gelopen waardoor met
een goed uitgevoerde techniek het energieverbruik
toeneemt. Daardoor wordt het uithoudingsvermogen
al direct vanaf het begin getraind. Bij voorkeur
worden stevige heuveltochten gelopen.
Sporttechniek (85-100% van de max. trainingshartslag)
Deze is geschikt voor de zeer fitte (top)sporters
die een uitdaging willen in een sport waarin de
fysieke grenzen verlegd worden. Door een intensief
trainingsprogramma wordt nordic walking meer dan
wandelen met poles alleen. Naast heuveltraining
en trainen op wisselende ondergronden staan oefeningen
voor alle grote spiergroepen centraal in combinatie
met snelheid en sprongtechnieken. |